Het land van de Catharen (deel 1)


Ik scheur de ochtendstilte die in het gehucht Véraza heerst aan stukken door de gordijnen van onze gite open te trekken. Voor mij ontrolt zich een prachtig vergezicht; achter de beboste heuvelruggen reiken de bergtoppen van de Pyreneen naar een zo goed als wolkloze hemel. Het is midden september waardoor de ochtenduren wat fris aanvoelen maar ik weet dat het kwik boven de 25 graden uit zal komen nog voor het middag is.
Gisteren zijn we hier aangekomen, na een rit van net iets meer dan 1100 kilometer. De zon ging net onder in Véraza, maar in het snel verdwijnende licht hadden we gemerkt dat de gite die de Franse dienst van Tourisme voor ons had geregeld in alle opzichten onze wensen overtrof. De uitgesproken landelijke ligging van de Gite zorgt voor een rustige omgeving wat ideaal is voor het schrijven van artikels. De sociale controle in het gehuchtje geeft een veilg gevoel en garandeert ons dat ons materiaal in het oog gehouden wordt wanneer we op tocht zijn. Voeg daarbij een prachtig uitzicht, een kraaknette inrichting en een goede plaats om de motoren te stallen en je komt tot de conclusie dat je je -zelfs als motorliefhebber- niets meer kunt wensen.
Terwijl we vanuit Véraza naar Carcasonne rijden dwalen mijn gedachten af. Was het toeval of zo voorbestemd? Feit is dat tijdens mijn research voor een ander project het mysterie van Rennes le Chateau ter sprake kwam en in verband daarmee de Catharen werden vernoemd. Voor ik het wist had ik me verdiept in het tragische lot van dat volk dat wegens zijn geloofsovertuiging door de Katholieke Kerk tot de laatste man werd uitgemoord. Pikant detail: de Catharen aanbaden dezelfde god maar verwierpen de wereldse rijkdom die de kerk van Rome zich na de Gregoriaanse hervorming begon toe te eigenen. Destijds reden genoeg voor paus Innocent om een heuse kruistocht te ontketenen tegen hen en diegenen die hen verdedigden.
Spelend met die gedachte rijden we langs de goed onderhouden weg naar Carcasonne. Als we vanuit het zuiden de stad binnenrijden duurt het niet lang voor we de "Cité", de oude ommuurde vesting, in het zicht krijgen. Het is de grootste en best bewaarde middeleeuwse vesting van Europa en men komt dan ook zonder het te willen meteen onder de indruk van de vele torens en hoge muren van het bolwerk.
Als in een sprookje troont de ommuurde versterking op een heuveltop boven het moderne Carcasonne. Even later maken we er kennis met Katja Signoles, de gidse die ons Carcassonne zal laten zien en stappen met haar over de Pont Levis, de voornaamste toegangspoort van Carcassonne, de vesting binnen.
Katja is niet alleen een professionele gidse, ze is ook duidelijk gepassioneerd door de rijke geschiedenis van de streek. Van haar krijgen we te horen dat de site van Carcassonne reeds meer dan 2500 jaar bewoond is. De Kelten, Romeinen, Visigoten en Karolingers volgden er elkaar op -ook de Moren kwamen even de touwtjes in handen nemen- tot de middeleeuwen aanbraken en de heren van Barcelona en Toulouse de plak zwaaiden over de streek rond Carcassonne.
We lopen in de ruimte tussen de twee omwallingen die de vesting rijk is en kijken met ontzag op naar de hoge muren en torens die eens de site beschermden tegen de aanvallen van buitenuit. Op Katja's aanwijzingen kunnen we duidelijk de verschillende bouwlagen en bouwstijlen van elkaar onderscheiden. Daarna duiken we de wirwar van kleine straatjes in die de binnenstad vormen. Opvallend is dat heel wat van die oude huisjes reeds eeuwen de tand des tijds weerstaan. Toegegeven: wie met een onderzoekende blik de bouwsels bekijkt merkt hier en daar moderne verstevigingen op maar die zijn moeilijk te zien en vormen veeleer een uitzondering dan de regel.
Op een klein pleintje gekomen troont Katja ons binnen in een kerk. Het is de basiliek van St Nazaire die op haar manier de geschiedenis vertelt: het sobere romaanse schip dat dateert van de 11de eeuw staat in sterk contrast met het later -onder Frans bewind- opgetrokken Gotisch koor dat onder andere door zijn schitterende glasramen overweldigend rijk en zelfs wat kitcherig overkomt.
De graftombes van Pierre de Rochefort en Simon de Montfort -hoofdrolspelers in de oorlog met de Catharen- maken duidelijk dat Carcassonne destijds in handen viel van de Rooms gezinden en als basis werd gebruikt niet alleen voor veldtochten maar ook door de Inquisitie die de Catharen tot de laatste man vervolgde, uitmoordde en op de brandstapel bracht.
Terug in het zonlicht lopen we even later langs de muren van het grafelijk kasteel dat het hart vormt van de Cité. Bij het zien van de horden toeristen die de toegangspoort van de burcht belegeren zien we af van een bezoek aan het interieur van het kasteel. In plaats daarvan toont Kathy ons enkele stille, fotogenieke hoekjes van de Cité en laat ons daarna genieten van enkele prachtige vergezichten vanaf de wallen. We kunnen duidelijk de loop van het Canal du Midi onderscheiden dat door het nieuwe Carcassonne loopt en de stad vanaf 1680 welvaart bracht.
Kort daarna nemen we afscheid. We hebben nog even de tijd vooraleer we onze volgende afspraak hebben en dwalen wat rond door de smalle straatjes die nu vollopen met toeristen. Carcasonne bezoek je maar beter vroeg in de ochtend; wie na de middag komt loopt de serene sfeer mis die 's morgens in de vesting hangt maar als sneeuw voor de zon verdwijnt ten gevolge van de verovering door hordes toeristen. In de rue Saint Louis, vlakbij het gravenkasteel, vinden we de "Compte Roger", het restaurant waar we zijn uitgenodigd door Myriam en Annck. De dames vertegenwoordigen de Dienst van Toerisme en de Gites de France van het departemant Aude. De bedoeling is dat ze ons degelijk documenteren over de bezienswaardigheden van de streek en dat doet ze dan ook overtuigend; de dames zijn duidelijk gepassioneerd door hun job en kennen de streek als geen ander. Dat een en ander gebeurt onder het genot van een werkelijk smakelijke en tot in de puntjes verzorgde lunch verrast ons niet; tenslotte zijn we hier in Frankrijk, het land waar men altijd het praktische aan het aangename weet te paren. We besluiten om na deze meeting nog even wat langer in Carcasonne te blijven. We wandelen over le Vieux Pont naar het lager gelegen stadsdeel dat de Bastide wordt genoemd en oorspronkelijk in 1248 werd opgetrokken. Van die oorspronkelijke stad is nu niets meer over; bloeide de nieuwe stad aanvankelijk, in de 14de eeuw passeerde eerst de pest en daarna de hongersnood. Alsof dat niet genoeg was brak vervolgens de Honderdjarige Oorlog uit. In het kader van die oorlog maakte in 1355 de Zwarte Prins (de kroonprins van Engeland) de stad met de grond gelijk. Heropbouw volgde, maar het oorspronkelijke zeszijdige stadsplan werd niet behouden.
Wat wel terugkeerde zijn de grote vissen in de rivier. Vanaf de brug kunnen we ze duidelijk statig aan en af zien zwemmen in het glasheldere water. Desondanks is ook hier de moderne beschaving gepasseerd; we ontdekken naast de vissen de wrakken van enkele bromfietsen die half uit de rivierbodem steken. Ontnuchterend, maar krapuul vind je helaas in alle steden… De middag is al een eindje gevorderd wanneer we terugrijden naar Véraza. Onderweg stoppen we in Limoux, een stadje dat sinds de 8ste eeuw aan de boorden van de Aude ligt. De rivier is er breed en kabbelt nu zachtjes verder maar ik weet zeker dat, als het in de omliggende bergen flink regent of dooit, het water verandert in een kolkende massa die niets of niemand ontziet.
Nu, aan het einde van de zomer is daarvan echter niet veel te merken, al geven enkele markerigen op oude huizen aan dat de rivier af te toe heel hoog uit zijn oevers treedt. De knapen die in het glasheldere water op forellen vissen geven daar nu geen aandacht aan, ze kwetteren er zo lustig op los dat ik me afvraag of ze vandaag niet met lege handen naar huis zullen gaan. Limoux heeft niet alleen een middeleeuws aandoend stratenplan maar ook een massa oude huizen. Denk in de smalle straatjes de auto's en de reclameborden weg en je krijgt slechts met moeite een leeftijd op het straatbeeld geplakt. De oorzaak daarvan ligt niet alleen bij de ouderdom van de huizen maar met zekerheid ook aan het slechte onderhoud ervan. De deuren, de ramen de luiken en het ijzerwerk smeken gewoon om een laagje verf. Sommigen hebben duidelijk reeds een tijdje geleden de moed opgegeven en hebben zich aan het rottingsproces en het roest overgeven. Wil je leven als God in Frankrijk dan zal je er zeker geen verf mogen verkopen, zoveel is zeker…!
Het interieur van de kerk van Saint Martin -gebouwd tussen de 14de en de 16de eeuw- vormt daarop een uitzondering. De binnenmuren van de zijbeuken en het koor van de kerk zijn kunstig beschilderd en op sommige pilaren achter het koor zijn nog steeds de resten te zien van eeuwenoude muurschilderingen. Ook al zijn de kleuren van die beschilderingen wat vervaagd, ze vormen een schril contrast met de oude, koude muren aan de buitenkant van dit mooi geproportioneerde bouwwerk. We laten ons verleiden door een terrasje aan het knusse stadsplein vlakbij de kerk. Er komt een gammele, maar kranige Citroen Mehari aandenderen en die parkeert zich met een zwierig gebaar naast het nieuwste model van hetzelfde merk dat even voordien een plaatsje heeft gevonden op het marktplein.

Daarnet hebben we tijdens onze stadswandeling een in ogenschijnlijke nieuwstaat verkerende Renault R4 op de kade van de Aude zien staan en op weg hierheen hebben we een originele Kever gekruist; in Frankrijk houdt men niet alleen van zijn klassiekers; men rijdt er ook dagelijks mee!
Voor we uit Limoux vertrekken kopen we wat fruit aan een stalletje op het plein. De plaatselijke fruitkwekers hebben hier de gewoonte ook rechtstreeks aan de eindvebruiker te verkopen. In België doet men zich daar al lang niet meer de moeite voor; het gros van de Belgische boeren kiest ervoor om hun oogst aan enkele grote winkelketens te verkopen en om de zoveel tijd het verkeer stil te leggen met barricades van overbemeten tractoren. Het gezonde boerenverstand is hen wellicht ontschoten?
Voor we het weten zijn we bij de afslag naar Véraza gekomen maar we rijden verder naar Couiza. Daar slaan we linksaf naar Renns Le Chateau, het dorpje dat wereldbekend is om zijn mysterie. De weg klimt nu snel naar boven en enkele kilometers en haarspeldbochten later parkeren we onze motoren aan de rand van het dorpje dat voor toeristen verkeersvrij is. Gelukkig maar want anders was het slaperige gehuchtje zeker verloren gegaan onder parkings; elk jaar trekt het dorpje duizenden en duizenden toeristen die allemaal met hun eigen ogen willen zien waar het mysterie van Rennes le Chateau heeft plaatsgevonden. Voor wie niet weet wat dat mysterie is even een korte verduidelijking. In juni 1885 werd Bèrenger Saunière priester van het kleine dorpje Rennes le Chateau. Kort daarna begon Saunière bescheiden verfraaingswerken aan het eeuwenoude kerkje van zijn parochie. Daarbij werd volgens verschillende getuigen onder de vloer van het kerkje een pot gevonden met daarin munten en kostbaarheden. Niet lang daarna -de restauratiewerken zijn in volle gang- vindt de koster een glazen buisje met daarin een perkament dat hij aan Saunière geeft. Saunière legt meteen de werken gedurende twee weken stil en rept met geen woord over de details van de vondst. In zijn dagboek –waarin hij nauwgezet de vorderingen van de werken bijhield- noteerde hij echter kort daarna"vondst van een tombe". Ook zag men hem –samen met zijn toen 19 jarige huishoudster Marie Dénardaud- herhaaldelijk graven in de buurt van de kerk en zelfs op het kerkhof. Saunière, zelf zo goed als onvermogend, ging kort daarop op reis en begon daarna geld uit te geven als water. Hij kocht niet alleen gronden in Rennes le Chateau aan maar bouwde vlakbij de kerk een prachtige villa en een fraaie toren die dienst deed als bureau en bibliotheek. Ook verwende hij de ganse gemeenschap van Rennes le Chateau herhaaldelijk op genereuze maaltijden, ontving hij heel wat bezoek en schonk daarbij de beste wijnen en porto's. Saunière werd door zijn bisschop gesommeerd om uitleg te geven betreft zijn plotse rijkdom, maar met allerlei voorwendsels vermeed hij zijn boekhouding aan de bisschop voor te leggen. Uiteindelijk heeft de Kerk hem gesanctioneerd en niet lang daarna is Saunière ten gevolge van een beroerte overleden. Zijn huishoudster erfde zijn gehele wereldse bezit en waarschijnlijk ook de ware toedracht tot zijn rijkdom. Marie Dènamaud werd stokoud maar heeft net als Saunière het geheim mee in haar graf genomen.
Wanneer we het kleine kerkje van Rennes le Chateau betreden valt het me meteen op dat heel wat vloertegeltjes losliggen onder onze voeten. Ongetwijfeld het resultaat van de talloze zoektochten en opgravingen die in en om het kerkje gebeurden. Sinds Saunière is er namelijk een leger aan schatgravers aan Rennes Le Chateau voorbij gegaan; stuk voor stuk hebben ze geprobeerd een uitleg te vinden voor de plotselinge rijkdom van Saunière.
In het kerkje valt me het beeld van de duivel op dat de wijwatervont draagt. Volgens sommigen is dit een portret van de pastoor, die er van verdacht werd een verhouding te hebben met zijn veel jongere meid. Op zich geen unicum in die tijd en in dat deel van Frankrijk... Maar dat terzijde; de beelden en kleurrijke muurschilderingen die Saunière liet plaatsen zien er verbazingwekkend fris uit maar bijkbaar lekt het dak hetgeen ervoor zorgt dat op sommige plaatsen de oude beschilderingen door de bovenste verflagen door schemeren. Ondanks de aanwezigheid van enkele toeristen voel ik dat er een niet te negeren geladen sfeer hangt in het nu bijna 1000 jaar oude gebouwtje. Niet verwonderlijk als je weet dat het kerkje dat ooit dienst deed als privé kapel van de heren van Rhedae (zo noemde men vroeger Rennes le Chateau) en reeds in 1056 gewijd werd als de kerk van Maria Magdalena op de restanten staat van een uit de 6de eeuw daterend gebouw.
Scans geven aan dat er onder het kerkje twee ruimtes zijn die een crypte vormen. Er wordt gespeculeerd dat Saunière die ruimtes ontdekte en daar de bron van zijn rijkdom vond. Was het een schat van de Visigoten? Een erfenis van de Catharen? Of hadden de Tempeliers er iets mee te zien? Echt, niemand zou het papier willen betalen dat over dit onderwerp is volgeschreven…
Terug buiten lopen we langs de door Saunière gebouwde villa naar de open ruimte aan de rand van het plateau dat meteen ook als dorpsplein dienst doet. Vanaf die plek hebben we een prachtig uitzicht over het dal en de omliggende bergen. De Tour de Magdalena –zoals de toren gebouwd door Saunière wordt genoemd- lijkt in een precair evenwicht op de rand tussen hemel en aarde te balanceren. Wat een belevenis moet het geweest zijn om daar te werken, te lezen, te studeren… in de wetenschap dat men geen zorgen moest hebben over zijn oude dag. In de turbulente jaren van de eeuwwisseling en de eerste wereldoorlog bepaald een geruststellende gedachte!
Vlak onder het dorpje zien we enkele ruines staan van heel oude, ronde bouwwerken. Nu staan ze schijnbaar plompverloren in het landschap maar ooit maakten ze deel uit van een levendige, rijke gemeenschap die dit berglandschap het zijne noemde. De ouderdom is dit landschap aan te zien, en niet alleen door zijn ruwe rotsen en steile bergen. Wegen zijn veeleer schaars in dit deel van Frankrijk en de leefgemeenschappen zijn klein. Bebouwde stukjes grond vindt men hier en daar in een overwegend wild en ongerept landschap vol bossen, rotsen, heuvels en bergen. Beschrijft men aldus het landschap van Europa omstreeks het jaar 1000, hier is het -meer dan 1000 jaar later- nog steeds aanwezig.
Terwijl ik op de motor stap merk ik een paneel op dat aan de ingang van het dorpje hangt. "Les fouilles sont interdites sur le territoire de la commune de Rennes le Chateau" staat erop te lezen. Terwijl ik naar beneden rijd bedenk ik dat dat waarschijnlijk het beste is… al zou ik natuurlijk verdomd graag weten wat Saunière vondt rond 1890, de tijd dat dit nog een door God vergeten plaatsje was aan de voet van de Pyreneeën.
Interessante links:
Gîte La Remise Véraza: http://www.gites-de-france.com/location-vacances-Veraza-Gite-La-Remise-11G2090.html
Pays Cathare: http://www.audetourisme.com/
Pays Cathare: http://www.payscathare.org
Le Sentier Cathare: http://www.lesentiercathare.com/
Gites de France: http://www.sudfrance.fr/
Pyreneeën: http://www.pyreneesaudoises.com
Rennes-le-chateau: http://www.renneslechateaumysterie.be/
Domaine L'abbe Sauniere:
http://www.rennes-le-chateau.fr


Duilhac sous Peyrepertuse:
Chateau de Peyrepertuse: http://www.chateau-peyrepertuse.com
Auberge du Moulin: http://
www.bienvenueauvieuxmoulin.com

Cucugnan:
Chateau de queribus: http://www.cucugnan.fr Les Vignobles du Vertige: www.lesterroirsduvertige.com

Restaurant L'Auberge Du Vigneron: http://www.auberge-vigneron.com
Chateau de Termes: http://www.chateau-termes.com CHateau de Villerouge-Termenes:
http://chateauvillerouge.wix.com/termenes
Hostellerie du Grand Duc: http://www.hastelleriedugrandduc.com Chateau de Puilaurens:
http://www.payscathare.org
Avonture Active: http://www.aventure-active.com
Quillan: Centre de sejour La Forge: http://www.laforgedequillan.fr
Hotel la Chaumiere: http://www.pyren.fr
Reaturant Cartier: http://www.hotelcartier.com

Esperaza: Musee de la chapellerie: http://www.museedelachapellerie.fr

Musee des dinosaures: http://www.dinosauria.org
Rennes-les-Bains: Thermes de Rennes-Les-Bains: http://www.renneslesbains.org/
Arques: Chateau D'Arques: http://www.chateau-arques.fr
Couiza: Hotel restaurant Chateau des Duc de Joyeuses:http:www.chateau-des-ducs.com Luc Sur Aude: Naugalet: http://nougalet.fr/boutique.php
L’Horte: http://www.dugrainaupain.com

Alet les bains:
Abbaye D'Alet les bains: http://www.payscathare.org/histoire
Alet Eau Vive: http://www.aleteauvive.fr

Limoux:
L'Atelier des Vignerons: http://www.atelier-des-vignerons.com
Nougat Bor: http://
www.nougat-bor.com
Les caves du dieur D'Arques: http://www.sieurdarques.com
Hotel Moderne et Pigeon:
http://www.grandhotelmodernepigeon.fr
Jardin aux plantes perfumees La Bouichere: http://www.labouichere.com
Saint Hilaire: Abbeye de Saint Hilaire:
http://www.payscathare.org/histoire-14
Lastours: Chateau de Lastours: http://www.chateauxdelastours.fr
Restaurant Le Puits du Tresor: http:// www.lepuitsdutresor.com
Lagrasse: Abbaye de Lagrasse:
http://www.abbayedelagrasse.com
Hotel restaurant Hostellerie des Corbieres: http://www.hostellerie-des-corbieres.com
Talairan: Domaine Serres Mazard (wijngaard): http://www.serres-mazard.com

Carcasonne:
Restaurant Compte Roger: http://www.compteroger.com
L'atelier de la truffe: https://fr-fr.facebook.com/atelier.truffes
Cabanel:https://fr-fr.facebook.com/pages/Ets-Cabanel
Domaine de la Sapiniere: http://joelleparayre.unblog.fr

Narbonne:
Les halles de Narbonne:http://www.halles-de-narbonne.com
CHez Bébelle: http://www.chez-bebelle.fr
Restaurant le Saint Crescent (1 Michelin ster): http://www.la-table-saint-crescent.com
Palais des Vins: http:// www.vin-du-palais.com
Les Grands Buffets: http://
www.lesgrandsbuffets.com