Het land van de Catharen (deel 4)


Het is nog vroeg in de ochtend als we aan de tocht beginnen. Hoe lang we onderweg zullen zijn is moeilijk in te schatten want we verwachten dat een deel van de route over kronkelende, smalle wegen zal gaan. Uit ervaring weten we dat die trajecten zowel een uitdaging zijn als veel tijd kosten. Ja, 't is zeker: er staat ons en onze Street Triples vandaag heel wat te wachten. De eerste kilometers leggen we moeiteloos af. De bochtige weg van Véraza naar Quillan laat een degelijk tempo toe. Vanuit Quillan rijden we in de richting van Axat maar vooraleer we zover zijn worden we vergast op de “Defilé de Pierre-Lys”.
Het is een prachtig stuk weg dat door een nauwe kloof de loop van een rivier volgt. Op sommige plaatsen heeft men grote partijen uit de rotswand moeten hakken om de weg een plaats te geven, maar dat maakt het traject extra spectaculair. Als we in het midden van de kloof even stoppen om wat beelden te maken zien we op de dartele bergrivier twee vlotten varen. Raften is erg populair in dit deel van Frankrijk; ’t moet inderdaad een heel leuke ervaring zijn!
Via een tunnel uitgehakt in de bergwand verlaten we de “Defilé de Pierre-Lys”. We passeren Axat om even later , nabij Lapradelle, naar het chateau Puilaurens af te buigen. We parkeren onze motoren en laten onze helmen en achter in een van de kastjes achter de balie van het bezoekerscentrum. Alzo bevrijdt vangen we de klim naar boven aan want net als het merendeel van de kastelen in deze streek staat ook Puilaurens boven op een steile rotspartij.
Er zijn in de buurt van Puilaurens resten van bewoning gevonden die dateren uit 10.000 voor Christus maar de Mont Ardu, de berg waarop het kasteel staat, wordt in 985 voor het eerst in de geschiedenis vernoemd. In de 13de eeuw biedt het kasteel gedurende enige tijd onderdak en bescherming voor verscheidene Cathaarse leiders. Het is niet bekend hoe Puilaurens in de handen kwam van de kruisvaarders maar wel staat vast dat in 1250 de annexatie met Franrijk een feit was.
Net als veel ruines van de kastelen in deze streek blijft er van het middeleeuwse bouwwerk slechts een gedeelte over. Wat wel de tand des tijds heeft doorstaan is het schitterende uitzicht die men vanaf de afbrokkelende torens te zien krijgt. Dat uitzicht is op Puilaurens trouwens anders dan in de middeleeuwen; toen waren en veel minder bossen in de omgeving omdat de schapen die men hield de begroeiing kort hielden. Dat laatste was natuurlijk ook uit strategisch oogpunt belangrijk; in een bos kan men zich beter schuilhouden dan op een kaalgevreten heuvelrug.
De weg vanaf Puilaurens is steil en ligt bezaait met kleine kleitjes dus rijden we extra voorzichtig naar beneden. De lange bochten en het uitstekende wegdek van de D117 brengen ons vervolgens met zevenmijlslaarzen naar het oosten. De weg loopt nu door een vlakte die Maury wordt genoemd en letterijk vol is van wijngaarden.
Als enige afwisseling verschijnen enkele uitgebloeide zonnebloemvelden in het toneel tegen de achtergrond van de bergen; wat moet het hier prachtig zijn in de zomer, als al die gele kopjes in de zelfde richting gekeerd zijn in volle aanbidding voor de zon...
De weg vernauwt als we de small straatjes van St Paul-de-Fenouillet binnenrijden. Als we een uitnodigend terrasje in de gaten krijgen merken we pas eerst dat het middag is en we honger hebben. We parkeren de motoren en nemen plaats onder de platanen op het terras. Het is zondag en dat kan je merken; een groepje jagers voert luidruchtig het hoge woord maar druipen kort daarna. Ze spreken af voor de volgende “apero”. Wanneer dat is? Volgens hen de ganse dag! Zijn wij even gelukkig dat die duidelijk beschonken gasten voor ons vertrekken; zo’n bestuurders wil je natuurlijk niet tegenkomen onderweg…
Stokbrood met enorm smakelijke hesp en Spaanse kaas ertussen; het stilt onze honger en weggespoeld met een kop café aux lait zijn we een half uurtje later terug klaar voor het betere werk. En dat betere werk dient zich reeds na enkele honderden meters aan. Eerst gaat het door  de verdomd steile, venijnig draaiende straatjes van St Paul-de–Fenouillet naar boven. Eenmaal buiten het dorpje klimt de weg gestaag verder tegen de bergwand op. Geen vangrails te zien, naast het tarmac bevindt zich enkel een prachtig uitzicht en een dartel spelende zomerwind...
Terwijl ik dat denk hoor ik Bondgenote zeggen dat ze enkele beelden wil schieten. Uitgerekend hier... ze heeft er echt een patent op! Ik raad hert haar af want er is hier nergens een meter vlakke grond te bekennen, laat staan een parkeerplaats waar je je motor veilig kunt stellen voor het bergoprijdende verkeer. Het enige antwoord dat ik krijg is een schurend, langgerekt geluid. Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel en zie tot mijn verbazing dat er van Bondgenote en haar Street Triple geen spoor meer te bekennen is. Ik stop en roep haar herhaaldelijk op over de intercom maar krijg geen antwoord. Is ze nu verdomme in dat ravijn gereden? Dat kan nooit goed aflopen giert het door mijn hoofd en ik begin mijn motor om te keren. Nog voor ik dat klaar heb hoor ik in de verte een Street Triple de berg opkomen; madame was even gestopt om een foto te nemen en net op dat moment was -toeval of niet?- het contact over de intercom verbroken…
Met gemengde gevoelens vervuld –waarover ik hier liever geen details vrijgeef- beklimmen daarna twee Street Triples de berg. Mijn ketterse vloeken gaan verloren in de wind die langs de flaken van de heuvel strijkt. Op de kam aangekomen zien we een ruime parking; ik stuur de motor daarheen en stop. Na een kort gesprek gaat Bondgenote de smalle weg op die naar Quéribus leidt op om enkele beelden te schieten.
Nog aangedaan van de net opgelopen emoties vertik ik het -na een blik op de venijnige haarspeldbochten die naar het kasteel leiden- om verder naar boven te rijden.  Voor zo'n trajecten moet je een klare kop hebben en dat is bij mij nu eventjes niet het geval. Ik neem genoegen met een blik op Quéribus en als ik me omdraai zie ik in de verte, op de tegenoverliggende bergkam het langgerekte silhouet van Peryrepertuse, de inpressionante vesting die we enkele dagen geleden bezochten.
Quéribus is niettemin een interessante plaats. Het was het allerlaatste bastion van de Catharen. Na de val van het chateau de Muntsegur, in 1244, bood Chabert de Barbaira, de leenheer van Quéribus, de Catharen onderdag en bescherming. Elf jaar later werd hij echter gevangengenomen en in ruil voor zijn vrijheid gaf hij de vesting over aan de kruisvaarders. Van dan af was het uitzicht vanaf het kasteel van Quéribus, dat reikt tot onder andere de Middellandse Zee, het privilege van de Franse kroon.
De afdaling naar Cucugan verloopt zonder incidenten. We rijden over de D14 naar Tuchan. De dor ogende heuvels zijn bezaaid met wijnranken en de namen van wijngaarden en domeinen zijn alles behalve van de lucht. Midden in zo’n wijngaard houden we net voorbij Tuchan halt en fotograferen de ruines van het kasteel van Aguilar. Het speelde geen rol in de kruistochten tegen de Catharen maar mag gezien zijn ligging en uitstraling op geen rondrit door deze streek ontbreken.
Terug naar Tuchan en daar de D39 op. Die volgen we in noordelijke richting. De weg is smal, het wegdek bij wijlen bezaait met kleine steentjes. We komen amper tegenliggers tegen; hier heerst de natuur, hier rijpen de druiven, hier draaien de roofvogels zonder te bewegen rondjes en speuren de schrale grond af naar prooi. Op de top van een heuvel houden we even halt om de omgeving te bezien. De stilte is er oorverdovend en wordt slechts verscheurd als een eenzame motorrijder -die ook de streek verkent- aan ons voorbijrijdt.
Als we het eeuwenoude dorp Villerouge-Termenés binnenrijden zoeken we tevergeefs het kasteel op de omringende heuveltoppen. Geen wonder want het chateau van Villerouge-Termenés staat in de bodem van het dal waarin het dorp is gebouwd;  Het vormt letterlijk het hart van het dorpje en maakt sinds zijn oorsprong in de 12de eeuw deel uit van het leven in deze gemeenschap.
Het kasteel is mooi gerestaureerd en er heeft een restaurant een stemmig onderkomen gevonden. Het feit dat de burcht zo eigentijds oogt komt misschien voort uit het feit dat ze tot en met 1980 bewoond was. Na de Franse revolutie werd het aangekocht door enkele burgers en vonden acht families in de gebouwen van het kasteel een onderkomen. Nu is het bouwwerk eigendom van de gemeente die het reataureert en expoiteerd. De oorsprong van Villerouge-Termenés ligt in de 12de eeuw, in de tijd dat de Catharen door de katolieke kerk werden opgejaagd en uitgeroeid. Ook dat is aan Villerouge-Termenés niet onopgemerkt voorbijgegaan; in 1321 vond de laatste Perfectus van de Catharen, Guillaume Bélibaste, hier de dood op de brandstapel. Een duistere periode in zowel de geschiedenis van de Franse kroon als die van de Roomse katholieken werd op die manier afgesloten. We kunnen alleen maar raden wat het Catharisme voor Europa kon betekend hebben was het niet met vuur en zwaard uitgeroeid. Het dorpje Villerouge-Termenés lijkt zo goed als uitgestorven. Tegenover het kasteel staat het gemeentehuis van het dorp te slapen. Er staat een terras voor met tafels en stoelen en in de bomen hangen nog steeds de vlagjes van de 14 Juli viering. Er is echter geen levend wezen in de buurt te zien; als een drietal touristen tenslotte opdagen lopen we naar de motoren en vragen ons af waarmee de inwoners van Villerouge-Termenés hun kost verdienen. Hoe we het ook draaien of keren, het blijft voor ons een raadsel…
terug de baan op. Zonder overdrijven kunnen we stellen dat we vandaag reeds minstens duizend bochten achter de rug hebben. En de dag is nog niet om. Door dichte bossen en over steile heuvels rijden we naar het westen, in de richting van Termes. Als we aankomen in het dorpje zijn er zowaar wegenwerken aan de gang; enkele werkers gebaren druk bezig te zijn als ze ons zien aankomen. Eens we voorbij zijn zie ik in mijn spiegels dat die drukte slechts heel uitzonderlijk was.
We houden halt aan de rand van het rivietje dat langs Termes stroomt. Aan de overkant staat een huis dat twee functies blijkt te hebben: het ene gedeelte is het gemeentehuis en in het andere is er een café ingericht. Al de hele dag geplaagd door nekpijn laat ik me door het lokkende terras onder de wijnranken verleiden; Bondgenote geeft niet op en gaat met het fototoestel in aanslag het chateau van Termes bezoeken.
In de schaduw met een Orangina voor mij lees ik het tragische einde van de Cathaarse chateau de Termes door. De bezetters onder leiding van de kesteelheer, de notoire ketter Raymond de Termes, boden van augustus tot november 1210 weerstand aan de belegering van de kruisvaarders onder leiding van Simon van Montfort maar kwamen uiteindelijk zonder drinkwater te zitten. Net toen de Catharen van plan waren zich over te geven viel er echter een ware zondvloed uit de hemel die de waterreservoirs van het kasteel weer vulden. Die zegening pakte echter voor de Catharen compleet verkeerd uit: de eerst droogstaande reservoirs bevatten een serie virussen die het verse regenwater vergiftigden. Verzwakt door dysenterie konden ze geen weerstand meer bieden en wilden zich overgeven. Niemand overleefde echter deze overgave, de kruisvaarders joegen iedereen die in het kasteel zat over de kling.
Het drama dat zich hier afspeelde heeft op het eerste gezicht geen sporen achtergelaten. De ruines van het kasteel –het werd verwoest in 1653- liggen boven het prachtige “Fossé naturel de Sou”. Onder aan de heuvel is het heerlijk verpozen onder een stralende septemberzon; zelfs de mannen van de wegenwerken respecteren de stilte van deze eté indien.
De zon begint stilaan te zakken en we haasten ons naar het westen. Even laten slaan we af op de D212 die we in zuidelijke richting volgen. Zo doende komen we in Gorge de l’ Orbieu terecht, een weg die zich wild kronkelend door een woest en dicht begroeid heuvellandschap wringt. Meer dan tien meter rechte weg ligt er niet tussen de bochten, het wegdek heeft zijn beste tijd gehad en mijn voorband verwittigd me herhaaldelijk dat hij bijna op pensioen mag. De kilometer beginnen nu echt te wegen en als we eindelijk op de D613 uitkomen en die in westelijke richting volgen slaak ik een zucht van verlichting wanneer de eerste rechte stukken zich aandienen.
We rijden nu in de richting van Arques, een klein gehuchtje waar –hoe raadt je het!- een klein kasteeltje staat. Dat is echter per uitzondering geen ruine. De vierkante en 25 meter hoge donjon lijkt in uitstekende staat als we er voorbijrijden; meer zelfs, we hebben de indruk dat de site bewoond is en ondanks zijn 800 jarig bestaan in goeden doen. In het dorp is er in het huis van Déodat Roché (1877-1978) –een grote kenner van het Cathaarse geloof en wellicht zelf een Cathaar- met een tenttonstelling over het Cathaarse geloof. Stromen bezoekers trekt dat museum waarschijnlijk niet want ook de straten van Arques zijn zo goed als verlaten als we er doorrijden. Enkel de bakker staat in zijn onderhemd zijn oude Peugeot te laden.
Nekpijn, zadelpijn en vermoeidheid doen me het gas van de Triumph iets verder opendraaien. Niet ver genoeg blijkbaar want net voor Serres haalt een gehaaste Fransman op een Kawasaki GTR ons met een rotvaart in. Ik gun de man zijn pretje en prijs me gelukkig dat ik niet van achter bij hem in het zadel zit. Blinde bochten, steentjes op de weg, door heuvelruggen verborgen tegenliggers; hij mag zijn risico hebben!
In Serres, net voor Couiza, gebruik ik een oude brug over het daar stromende riviertje als een excuus om even uit het zadel te komen. In de avondzon is het water glashelder; er zwemmen een massa kleine visjes in en vlak voor mijn voeten zoekt een jonge forel zijn voedsel. De fraaie, oude brug laat zich gemakkelijk fotograferen en na een laatste blik op een nabije herenboerderij vangen we het laatste stuk van onze trip aan. Couiza komt als een verlossing en luttele kilometers daarna slaan we de kleine weg in naar Alet-les-Bains. Alet-les-Bains ligt op de weg van Carcasonne naar Quillan, nabij de afslag naar Véraza.Wie de streek bezoekt mag zeker dit oude stadje niet voorbijrijden zonder er af te stappen. Verwacht er geen toeristische bedrijvigheid, dit stadje is nog slechts een schaduw van zichzelf; de tijden dat allet-les-Bains een kuuroord was zijn reeds lang voorbij. Dat er destijds -en nu nog- kapitaal krachtige mensen wonen, getuigen de prachtige villa's waarlangs je het stadje vanuit het zuiden binnenrijdt.
Alet-les-Bains dankt naar alle waarschijnlijkheid zijn bestaan aan warmwaterbronnen. In de 8ste eeuw was er reeds een abdij te vinden die in de 12de eeuw een invloedrijke rol speelde in de samenleving. Dat was blijkbaar niet zonder gevaar want uit die tijd dateert ook de stadsomwalling met verdedigde poorten.
Wat daarvoor niemand lukte speelden de Hugenoten in de 16de eeuw wel klaar; de abdij werd verwoest en is nooit meer heropgebouwd. De kerk heeft men blijkbaar wel terug hersteld; ze is de dag van vandaag in verrassend goede staat. Men stelt er onder andere een hele reeks kerkelijke schatten tentoon die beslist de moeite van een bezoek waard zijn. De sfeer die er hang is sereen, tijdloos en profaan...
Als we door de overblijfsels van de abdij lopen krijgen we een heel goed beeld op de grootsheid en rijkdom die hier gezeteld heeft; zelfs nu zijn de ruines nog heel indrukwekkend en we kunnen alleen maar vermoeden hoe het er hier ooit moet hebben uitgezien. Het contrast met de armoe van de gewone man moet enorm geweest zijn... en dat terwijl het geld dat nodig was voor die luister op de rug van die mensen verdient werd. De kerk mag dan eeuwig zijn, ze zal nooit genoeg tijd vinden om voor haar zonden tegen de medemens te boeten...
De rijkdom van de kerk heeft altijd de mensen aangetrokken en Alet-les-Bains vormt daar geen uitzondering op. Het stadje dat naast de abdij ontstond getuigt van heel wat rijkdom en glorie... die nu, in de 21ste eeuw, weliswaar verloren zijn. De eeuwenoude gebouwen staan er grotendeels leeg, de smalle straatjes zijn verlaten, de oude balken wijzen als verweerde vingers naar zij die dit stadje de rug toekeerden in ruil voor de moderne stad...
Met andere woorden: Alet-les-Bains is een parel die erop wacht om ontdekt te worden door mensen met evenveel kapitaal als liefde voor oude gebouwen en hun geschiedenis. Met een beetje inspanning kan dit terug een een prachtig kuuroord worden dat druk bezocht wordt door toeristen. De minerale bron is een van de grootste van Frankrijk en wat betreft gebouwen en straten heeft het enkel van het verre Carcasonne concurrentie te vrezen! Voor wie zin heeft: op heel wat huizen prijkt het bord "a vendre"!
Langs de monumentale brug over de Aude rijden we terug naar de grote baan en slaan even daarna af naar Véraza. Onze opdracht is volbracht, we kunnen van ons volgende reisproject beginnen dromen!
Interessante links:
Gîte La Remise Véraza: http://www.gites-de-france.com/location-vacances-Veraza-Gite-La-Remise-11G2090.html
Pays Cathare: http://www.audetourisme.com/
Pays Cathare: http://www.payscathare.org
Le Sentier Cathare: http://www.lesentiercathare.com/
Gites de France: http://www.sudfrance.fr/
Pyreneeën: http://www.pyreneesaudoises.com
Rennes-le-chateau: http://www.renneslechateaumysterie.be/
Domaine L'abbe Sauniere:
http://www.rennes-le-chateau.fr


Duilhac sous Peyrepertuse:
Chateau de Peyrepertuse: http://www.chateau-peyrepertuse.com
Auberge du Moulin: http://
www.bienvenueauvieuxmoulin.com

Cucugnan:
Chateau de queribus: http://www.cucugnan.fr Les Vignobles du Vertige: www.lesterroirsduvertige.com

Restaurant L'Auberge Du Vigneron: http://www.auberge-vigneron.com
Chateau de Termes: http://www.chateau-termes.com CHateau de Villerouge-Termenes:
http://chateauvillerouge.wix.com/termenes
Hostellerie du Grand Duc: http://www.hastelleriedugrandduc.com Chateau de Puilaurens:
http://www.payscathare.org
Avonture Active: http://www.aventure-active.com
Quillan: Centre de sejour La Forge: http://www.laforgedequillan.fr
Hotel la Chaumiere: http://www.pyren.fr
Reaturant Cartier: http://www.hotelcartier.com

Esperaza: Musee de la chapellerie: http://www.museedelachapellerie.fr

Musee des dinosaures: http://www.dinosauria.org
Rennes-les-Bains: Thermes de Rennes-Les-Bains: http://www.renneslesbains.org/
Arques: Chateau D'Arques: http://www.chateau-arques.fr
Couiza: Hotel restaurant Chateau des Duc de Joyeuses:http:www.chateau-des-ducs.com Luc Sur Aude: Naugalet: http://nougalet.fr/boutique.php
L’Horte: http://www.dugrainaupain.com

Alet les bains:
Abbaye D'Alet les bains: http://www.payscathare.org/histoire
Alet Eau Vive: http://www.aleteauvive.fr

Limoux:
L'Atelier des Vignerons: http://www.atelier-des-vignerons.com
Nougat Bor: http://
www.nougat-bor.com
Les caves du dieur D'Arques: http://www.sieurdarques.com
Hotel Moderne et Pigeon:
http://www.grandhotelmodernepigeon.fr
Jardin aux plantes perfumees La Bouichere: http://www.labouichere.com
Saint Hilaire: Abbeye de Saint Hilaire:
http://www.payscathare.org/histoire-14
Lastours: Chateau de Lastours: http://www.chateauxdelastours.fr
Restaurant Le Puits du Tresor: http:// www.lepuitsdutresor.com
Lagrasse: Abbaye de Lagrasse:
http://www.abbayedelagrasse.com
Hotel restaurant Hostellerie des Corbieres: http://www.hostellerie-des-corbieres.com
Talairan: Domaine Serres Mazard (wijngaard): http://www.serres-mazard.com

Carcasonne:
Restaurant Compte Roger: http://www.compteroger.com
L'atelier de la truffe: https://fr-fr.facebook.com/atelier.truffes
Cabanel:https://fr-fr.facebook.com/pages/Ets-Cabanel
Domaine de la Sapiniere: http://joelleparayre.unblog.fr

Narbonne:
Les halles de Narbonne:http://www.halles-de-narbonne.com
CHez Bébelle: http://www.chez-bebelle.fr
Restaurant le Saint Crescent (1 Michelin ster): http://www.la-table-saint-crescent.com
Palais des Vins: http:// www.vin-du-palais.com
Les Grands Buffets: http://
www.lesgrandsbuffets.com